A Vøyage: Dwars door Sovjetland

Op donderdag 30 mei kickstartte ik mijn langverwachte Sønderling Vøyage: een cross-continentale rit van Brussel naar New York, flirtend met de 50 graden noorderbreedte. Een roadtrip op goed geluk door Europa, de voormalige Sovjet-Unie en Amerika. Zonder reservaties, verwachtingen of tijdsdruk. Met open vizier, de tent op zak en de zon op kop.

Onderweg slingerden de temperaturen van een achttal graden in de Karpaten tot 51 op het hete Russische asfalt. Een duurtest voor de vering én de veerkracht. Met slopende grenscontroles, wildkampnachten in de Gobiwoestijn en motorpech in hartje Siberië. Het verslag van het eerste deel van een reis rond de wereld in 100 dagen.

Goodbye, Lenin

Na ons Oost-Blokje om worden we aan de Oekraïense kant van de grens met Rusland tegengehouden en afgeperst door de lokale politie. Uiteindelijk moeten we maar liefst 600 dollar smeergeld neertellen om verder te mogen zonder rechtzaak. Al kunnen ze ons wettelijk niets ten laste leggen, het is woord tegen woord en de sfeer wordt steeds grimmiger.

Na 5u wachten in het Niemandsland, wordt de doorgang naar de Russische zijde ons uiteindelijk definitief ontzegd. Eén van onze motoren mag het land niet in door een administratieve vergetelheid. We krijgen een onverbiddelijke njèt en worden teruggestuurd naar Oekraïne, dat we maar al te graag achter ons wilden laten.

Uiteindelijk geraken we Rusland een week, een motorwissel - Ab reed noodgedwongen verder op een andere motor - en heel wat McGuyvertoeren later, toch binnen, via een kleinere grensovergang. Ter compensatie worden we de eerste 100 kilometer getrakteerd op gloednieuwe Russische wegen. Een heerlijkheid, na het kuilenwerk in Roemenië en Oekraïne. Putin lijkt aan een gigantische inhaalbeweging bezig, althans wat het wegennetwerk betreft.

Terwijl men je vroeger nog voor ‘its fools and its roads’ waarschuwde, werken ze er vandaag overal aan de hoofdwegen. Op de meest afgelegen plaatsen rapen wegenwerkers plastic en maaien ze bermen. Maar zodra je de hoofdweg afrijdt, stopt het asfalt, de kilometerteller en de tijd.

Je rijdt er over stoffige wegen langs lokale winkeltjes en houten huisjes in het felste kleurenpallet. Op de oprit staan oude auto’s, lopen geiten of ganzen... en rusten oma’s met kleurrijke sjaaltjes om het hoofd. Het Rusland zoals ik het me voorstelde, wachtte in het binnenland.

Het is zo heet dat het asfalt her en der aan onze banden kleeft. We zoeken verkoeling in geïmproviseerde wegcafeetjes en truckstops. Van toeristische plekken of souvenirshops is er geen sprake op deze binnenwegen. In het land dat al wie het wil doorkruisen twee werelddelen voor de voeten werpt, lijkt de weg eindeloos lang. Rusland leert je afstand te nemen: van jezelf, je lengtematen, tijdsbesef en referentiekader. Wanneer we in een winkeltje vragen waar we een kop koffie kunnen krijgen, verwijst ze ons naar een café 50km verderop. Een bankautomaat? 60km. Daartussen: the great big nothing.

Onderweg houden we onszelf bij de les door reclame- en straatborden proberen te ontcijferen nog voor we er voorbij zijn gereden. Een oog- en breintest voor gevorderden, al kan je er moeilijk naast kijken. Hier verwelkomen zelfs dorpen met meer letters dan inwoners je met een metershoog betonnen bouwwerk. Ook heroïsche standbeelden en monumenten kom je hier in alle vormen en maten tegen. Strijders, tanks, kanonnen, jachtvliegtuigen, gevechtspiloten met gebalde vuist... Imponeren hoef je de oud-Rus niet te leren.

Hier hoeven we ons niet alleen met behulp van de zon te oriënteren. Lenin wijst ons overal de weg naar Vladivostok. Op dorpspleinen, in cafetaria… zelfs diep in Siberische wouden, duikt hij steeds weer op. Meer dan 100 jaar na het einde van de Oktoberrevolutie waarbij ‘s werelds bekendste revolutionair en eerste leider van de Sovjet-Unie aan de macht kwam, staan er nog heel wat beelden overeind in Rusland. De Russen weten zelf niet goed wat ermee te doen. Een steeds groter deel van de bevolking spreekt zich steeds heftiger uit tegen de verwijdering ervan. En dus blijven ze de monumenten maar onderhouden.

De Gouden Bergen

Na een twintigtal dagen lonkt er een bergkam in de verte. Het Altajgebergte in de gelijknamige republiek lijkt een land op zich. Officieel reden we geen geografische of tijdsgrens over - vijf zijn er voorlopig genoeg om het noorden even kwijt te raken- maar toch voelt alles 100km verder compleet anders aan. De mensen, gebouwen en gewoontes ogen plots erg oosters, met een mix van Siberische, Mongoolse, Kazakse en Chinese invloeden. Met grote wouden, blokhutten met hertenkoppen en berenvellen, gletsjerrivieren en raft- en visactiviteiten, doet alles dan weer erg Alaskaans of Canadees aan. Enkel het standbeeld van Lenin op de dorpspleinen verraadt dat we nog steeds in Rusland zijn.

We steken het gebergte over richting Mongolië en delen de weg met Siberische truckers, roestbakken en lokale zondagsrijders.

Het wordt nu wel opvallend rustiger, naarmate we verder oostwaarts rijden. Slechts weinigen hebben hier iets te zoeken. Tijdens de rit naar de grens met Mongolië en Tashanta, komen we voor het eerst ook metershoge borden met gekke foto's van marmotten en teken tegen. Best grappig, vonden we, want die beesten moesten wel behoorlijk wat uitgevreten hebben... Tot we de borden 's avonds wisten te vertalen en het om een nationale uitbraak van de plaag bleek te gaan. Aka, Black Death. De Zwarte Dood. Gevoel van otherworldliness: check. Stevig uit de doppen kijken en stoppen met Googlen: double check.

Dwars door Mongolië

Na acht uur grensovergangen, rijden we Mongolië op de valreep binnen: morgenvroeg vervalt ons visum en mogen we het land officieel niet meer in. Oef. Eenmaal de grens over, wachten steppe, woestijn en leegte. Tijd voor concentratie, contemplatie en een einder waar geen eind aan lijkt te komen. Hier tuur je tientallen kilometers voor je uit en is er maar één richting: vooruit.

Hoe lang je precies over de volgende 200 kilometer zal doen, weet je immers nooit. Twee uur of twee dagen. Offroad wegen waaieren uit in een handvol wegels die je schijnbaar willekeurig de vlakte in sturen. Er rest je geen andere optie dan een spoor te kiezen en voluit te gaan. Alle wegen leiden naar Ulaanbaatar. Behalve die ene naar die yurt op die onbestemde heuveltop. Met temperaturen tot 40 graden, en geen huisje, tuintje of boompje in de wijde omtrek te bespeuren, biedt alleen de schaduw van onze motoren een tikje verkoeling.

Wanneer we na een 200-300tal kilometer dan toch een dorp in het vizier krijgen, tanken we gulzig bij. Met koffie, water, benzine en een bord ‘crispy chicken’.We rijden tot de energie op is en de zon ondergaat. Dan slaan we ons kamp op, kruipen we in onze slaapzakken en tellen we alleen nog de sterren aan de melkweg. We rijden mee met kamelen, yaks, wilde paarden, ruiters en herders en hun geiten. Toch komen we onderweg vaak geen levende ziel tegen. Enkel skeletten in kilometers niets. Na 250 km offroad kilometers willen we van puur contentement het asfalt of de eerste tegenligger kussen.

Na een week bereiken we hoofdstad Ulaanbaatar, die oud & nieuw Mongolië verenigt. Vele Mongolen en expats komen er hun heil zoeken. De stad groeit dan ook aan een razend tempo. Rondom ontstaan steeds meer kunstmatige nieuwe stadswijken, opgetrokken uit yurts en bouwvallige huisjes van gelukszoekers die hun nomadenbestaan inruilen voor het zicht op de stad... Al blijkt de situatie voor velen uitzichtloos. De grote stadsdroom die de Koreaanse telenovela's hen voorhoudt, komt slechts voor een enkeling uit.

Wie Ulaanbaatar in wil moet zich eerst een weg door de smog heen banen, die boven de stad hangt als een onheilspellende damp. Niet zozeer het verkeer, maar de industrie en de vele steenkool- en houtovens blijken de grootste vervuilers. Rondom de stad is geen ring aangelegd. Alle verkeer moet dus dwars door de hoofdstraat. Toch heerst er een vreemde stilte in het centrum, want de moderne Mongool rijdt niet met een volbloed, maar met een hybride.

Terug naar Siberië

Nadat we de Gobi woestijn doorkruisen, splitsen onze wegen heel even en zetten Ab en ik met z’n tweeën koers naar Ulan Ude. Berkenbossen, moeras, bloeiend heidekruid en het getsjirp van krekelachtigen en vogels... Het contrast met de dorre vlaktes en woestijn van de voorbije dagen kon amper groter. Een bizarre, abrupte overgang die zich netjes aan de landsgrenzen houdt. Als reden we een time-lapse van lente tegemoet.

De Russische grens oversteken voelde vreemd genoeg zelfs al een beetje als thuiskomen. Na een maand rijden, slapen, eten en leven in het gigantische land, gaan de gewoontes en de taal steeds minder vreemd aanvoelen. Россия чувствует себя как второй дом ❤️🇷🇺

Vanaf Ulan Ude doorkruisen we het Aziatische stuk van Rusland, zij aan zij met de Transsiberian railroad, 'recht' naar Vladivostok, met nog 3000 km te gaan. Onze tweede 'eerste nacht' op Russische bodem leidt ons recht naar het Siberië dat ik me maandenlang had voorgesteld - niet in het minst door Martin Heylens heerlijke reeks. De zon hangt laag. We rijden langs met mist omhulde houten huisjes, door een wirwar van verlaten zandwegen.

Een wolfachtige hond loopt ons wild blaffend maar speels achterna. Kinderen wuiven. Hun moeders en vaders zijn terughoudender. Niemand spreekt er Engels. De man die ons de weg wijst draagt weinig meer dan een bestoft marcelleke en een parfum van zelfgestookte alcohol. In onze kamer lijkt alles nieuw, maar sputtert er bruin water uit de kraan en groeien er algen in het toilet. Tijdreizigers deluxe.

The Far East

De volgende dagen vergaat ons elk gevoel van tijd en afstand. Tussen de luttele dorpjes die het Verre Oosten telt, liggen kilometers woud en moerasland. Met een tankstation elke 300 km, als je een beetje geluk hebt. We rijden door onweersbuien, mist en regen heen, want er is geen plaats om te schuilen.

We slapen in eenvoudige hutjes, tussen de Siberische truckers. De tent is geen optie, want de grond is te drassig en de muggen in de absolute meerderheid. Er is vaak geen stromend water, geen toilet, op een gat in de grond na. Onderweg spenderen we een zevental uur per dag op de motor en in eigen hoofd. De leegte van Eurazië trekt alle mentale laatjes wijd open. A trip down every lane.

Op 1.500 km van Vladivostok gebeurt het ondenkbare. De koplamp, generator en batterij van Abs BMW begeven het, in het hartje van Siberië. Abs motor geeft geen kik meer. De lucht is pikzwart. Het onweer haalt ons opnieuw in. Ab rijdt naar een dorp - dat zich als bij wonder maar 30km ver bevindt - op zoek naar hulp. Ik houd de wacht naast de motor en maak kennis met de lokale fauna en flora. Ruim anderhalf uur later arriveert er hulp, in de vorm van een klein bestelwagentje dat onderweg zelf lek reed.

Een paar minuten later wordt de motor plat in de laadbak gekieperd. Een pijnlijk zicht, maar alles is even beter dan niets. Eenmaal in de garage van het dorp, wordt Abs motor met de katrol uit de laadbak gehesen. Ook hier praat niemand Engels en heeft bijna niemand ooitl van België of Nederland gehoord.

Europese merken zijn er alleen voor wie het zich kan permitteren. Reservestukken zijn hier niet verkrijgbaar en opsturen zorgt meteen voor een vertraging van enkele weken. En zo strandden we met z'n tweeën in Magdagachi, een afgelegen dorp op een kleine 2000 km van Vladivostok, waarvoor elke buitenstaander ons zou gewaarschuwd hebben en waar we om diezelfde reden zelf nooit waren gestopt.

Blind vertrouwen

Magdagachi, waar een half dorp in beweging zou worden gebracht om ons weer 'thuis' te brengen. Waar plannen in het zand zouden worden getekend, lokale motards zouden worden opgetrommeld en een houten krat zou worden gebouwd om de moto te vervoeren. Met Google Translate als onze grootste lifesaver. Er wordt ons een bed, brood en water aangeboden. Want hier kunnen we alleen maar wachten. Op de motordiagnose, een vertaling, update, truck, een uitweg... 48 uur later zitten we nog steeds vast. De motor blijkt niet te repareren. Niemand kan ons meenemen. In de wijde omtrek loopt maar 1 weg met amper doorgaand verkeer.


En dus gaan we samen alle opties af. De trein blijkt een no go, want te klein station. En dus vestigen we alle hoop op een van de trucks die stoppen bij de weinige bevoorradingsplaatsen. We krijgen een 'rondleiding' door het dorp, door de dochter van de garagist, die een beetje Engels leerde en voor ons als tolk wordt opgetrommeld. Die rondleiding wordt met zoveel enthousiasme om zo weinig gegeven, dat we er stiller en nederiger dan ooit van worden. We worden rondgereden, zonder te weten waar naartoe. Er wordt over ons gepraat, gediscussieerd, gewikt en gewogen, zonder dat we er iets van begrijpen. We worden gewaarschuwd voor de ene optie, terwijl de andere alweer op een njet uitdraait. We volgen ons buikgevoel en laten onze spullen en motoren met sleutels soms met dubbel gevoel achter. We leven even zonder gordel, op blind vertrouwen. Tot ontroering toe geroerd door zoveel medemenselijkheid.


Wanneer we Magdagachi een paar dagen later dan toch in alle vroegte kunnen verlaten - Abs BMW achterop de truck, wij die achterna op de mijne - worden we buiten alle verwachtingen om opgewacht door de voltallige crew helpers en motards. Onder goedkeurend gebrom van de motoren worden we om 4u 's ochtends door een tiental mensen het dorp uit begeleid, tot op de Transsiberische hoofdweg. Een uitgeleide om nooit meer te vergeten.

China town

In Blagovesjtsjenk, een stad aan de Chinese grens 550km verderop, worden we opgewacht door een bevriende motard van de dorpelingen. Yarzai - advocaat, biker en zen Buddhists - blijkt een bodyguard met gouden hart. Hij vertaalt met de glimlach en zorgt ervoor dat Abs motor zeker op de juiste truck naar Vladivostok terechtkomt. 's Avonds wandelt hij met ons langs de Amur rivier, en vertelt hij honderduit over zijn stad.

Blagoveschensk intrigeert met een vreemde mix van Russische en Chinese invloeden. Beide steden stonden lang bekend om hun zogenaamde Suitcase Trade, waarbij Russen met koffers vol goedkope Chinese spullen terugkeerde uit Heihe, die ze nadien duur verkochten in Rusland. Heihe deed er lang alles aan om deze handelsvorm te stimuleren, omdat het haar enige bestaansreden was. De Chinese handelaars leerden Russisch, vertaalden borden in het Cyrillisch schrift en plaatsen zelfs enkele faux-Sovjetstandbeelden en -elementen, zodat de Russen zich er helemaal thuis zouden voelen.

De volgende dag nemen we afscheid, maar niet voordat Yarzai ons maar liefst 350 km voor zou rijden, tot aan de grens van zijn Amur Oblast. Daarna rijdt hij gewoonweg 350 km terug naar huis. "Being a buddhist, I take life as it comes. I believe in doing good for good people. Come what may. And if you can't fix it, you might as well enjoy it." That guy.

Mijlpaaldansje

Na 50 dagen bereiken we The Far East, het verste oostelijke punt overland. In het station van Vladivostok bereiken we het eindpunt van de Transsiberian Railway en nemen we afscheid van Rusland. Waar de wet van de sterkste, het meeste gouden tanden en het felste spierballengerol geldt. We werden vooraf gewaarschuwd voor de koele houding en kille blikken van de Rus, maar leerden een warmhartig binnenland kennen.

So, don’t judge a book by it’s cover. Zelfs als daar Siberische tijgers of beren met ontblote tanden op staan. Want dat het degene zijn die het minste hebben, die alles zouden weggeven. Dat het degene zijn die het meest afgelegen leven, die het meeste om 'de vreemdeling' geven. En er alles uit de kast wordt gehaald om ons weer thuis te brengen. Waar er nadien geen cent voor mag worden betaald.

De boothoorn van de Eastern Dream luidt het einde van onze transsiberische doortocht in. Straks steken we de Japanse zee over naar Zuid-Korea en reizen we verder oostwaarts... Klaar voor een tweede avontuur van 50 dagen. Sweet eastern dreams, ya’ll.

Lees ook: